| |
Fundamentele eindterm van de masteropleiding in bewegings- en sportwetenschappen is wetenschappelijk onderzoek professioneel kunnen aanwenden met betrekking tot bewegings- en sportactiviteiten in de begeleiding van de bewegende mens op alle leeftijden en in verscheidene bewegings- en sportgerelateerde settings en tevens onderzoek kunnen verrichten over het functioneren en het begeleiden van de bewegende mens.
In de master bewegings- en sportwetenschappen worden de onderzoeks- en bewegingscognitieve competenties uitgediept en gekoppeld aan beroepscompetenties. Het opleidingsmodel bestaat daarom uit een truncus communis, met daarin onder meer de masterproef, en uit een ruim pakket optievakken. Hierdoor kunnen de studenten kiezen tussen vier maatschappelijk relevante afstudeervarianten: "Sporttraining", "Fysieke Activiteit, Fitheid en Gezondheid", "Sportmanagement", "Bewegingseducatie en Aangepast Bewegingsonderwijs". De wetenschappelijke en professionele gerichtheid binnen deze beroepscompetenties worden vanuit een holistische visie op de opleiding en het beroep geïntegreerd gerealiseerd. De brug tussen theorie en praktijk, waarvan de basis reeds in de bachelor werd gelegd, komt in de master nog sterker tot uiting daar de studenten dan een stage van 120 uren volbrengen binnen één van de vier bovenvermelde opties. Bedoeling van die stage is de student aan te zetten tot reflecterend handelen door een confrontatie aan te gaan tussen theorie en onderzoek.
|